TWEEDERANGS

 

ARBEIDERS ZIJN MAAR

TWEEDERANGS BURGERS 

 

Arbeider staat synoniem voor

NIET GESLAAGD IN HET LEVEN.

 

We zijn zelfs vies om woord

arbeider te gebruiken.

 

We spreken pas over arbeiders

als er grote collectieve

ontslagen vallen.

 

Wij kijken verwonderd

als ze creatief zijn met

brandende autobanden,

dat vinden we terecht zolang

het niet in mijn tuin gebeurd.

 

Zijn we vies  geworden

van woord “arbeid”?

 

In de eerste dikke Van Dale (1874)

was arbeid synoniem voor ‘werk’.

 

Arbeider was gewoon

een ander woord voor

werkman’.

 

Die werkman werd even verderop

een ‘ambachtsman’ genoemd.

 

Een titel waar je trots op kon zijn.

 

Veertig jaar later,

nu precies een eeuw geleden,

werd arbeid in een nieuwe uitgave

van datzelfde woordenboek

omschreven als ‘moeite,

inspanning van lichamelijke

of geestelijke krachten

om iets te verrichten,

werk dat moeite kost’.

 

De arbeider was

‘iemand die moet leven

van het loon dat hij voor

zijn handenarbeid krijgt’.

 

Let op dat ‘moet leven’;

de arbeider is net geen

ARMOEZAAIER.

 

In de recentste editie

van Van Dale is de arbeider

‘iemand die in een

ONDERGESCHIKTE positie

handenarbeid verricht’.

 

Let nu op die onderdanigheid,

om niet te zeggen slaafsheid.

 

En van de geestelijke krachten

is helemaal geen sprake meer.

 

De arbeider doet dom werk

en moet daar niet over zeuren.

 

Arbeid stinkt naar zweet,

en dat past niet meer in onze

kennismaatschappij.

 

Den arbeider is de paria

geworden in de wereld van

HR coördinators en purchasers.


«   »